Evaluatie

Hoe wordt een optreden geëvalueerd?

 De tekst – poëzie, proza, toneel:

Speel/zeg je wat er staat:

  • Heb je de tekst correct uit het hoofd geleerd: geen, weinig, veel fouten?
  • Parameters van het spreken: volume, intonatie, spanning, tempo, ritme
  • Begrijp je het werk? Weet je wat je zegt?

 

Karakter:

Laat je aanvoelen dat je begrijpt wat het karakter van de tekst is? Enkele voorbeelden:

  • Welke specifieke techniek of moeilijkheid wordt er geoefend? Elk werk heeft een ander “onderwerp”
  • Attitude tegenover je medespelers: gedraag je je als “solist”, of als een speler die de juiste passen doorspeelt om samen te scoren?
  • Kun je omgaan met de verschillende soorten humor?
  • Sonnet, sprookje, ballade (vertelling, “vertel” je de inhoud, het verhaal aan de luisteraar?)
  • Er is een relatie tussen de titel, de tijd waarin het werk gecreëerd is en de manier waarop je ’t tot leven brengt

 

Kwaliteit van instrument – lichaam en stem:

  • Hees, zuiver, open, eerder gesloten?
  • Verstaanbaarheid & articulatie: correcte spierspanning van de articulatiespieren
  • Toon en gevoeligheid bij zacht spreken, bij luid spreken…
  • Hoe trager en zachter, hoe moeilijker het is de articulatiespieren goed te beheersen (ademsteun) en je stem toch te laten klinken

 

Technische vaardigheid:

  • Grove en fijne motoriek & coördinatie tussen lichaam en spraak: m.a.w. beheers je je lichaamsbewegingen tijdens het spreken of wriemelen je vingers als je moeilijke woorden zegt?
  • Buikademhaling en loslaattechniek
  • Is de houding goed?
  • Hoe sneller, hoe moeilijker de coördinatie

 

Persoonlijk verhaal:

  • Een zeer belangrijk, maar tegelijk ook het meest subjectieve element in het beluisteren
  • Moeilijk uit te leggen dus, maar toch een poging: breng je je eigen plezier in het spelen over? Ben je enkel bezig met tekst (op-)zeggen, of maak je iets dat leeft? En durf je daar wel eens een risico voor te nemen? Hoe sterk spreek je de luisteraar aan, kan je de luisteraar boeien, los van eventuele fouten of probleempjes met techniek

 

Podiumgedrag:

  • Een beetje (of heel) bang? Begrijpelijk, maar het publiek in de academie is altijd lief voor je. De zenuwen (track) zijn controleerbaar wanneer je goed voorbereid bent (zie tips hieronder)
  • Je lichaam is je instrument, niet je tegenstrever. Voer er geen gevecht mee
  • Stop je niet weg achter decor of medespelers, het publiek is niet enkel gekomen om je te horen, ook om je te zien;
  • Speel niet naar de grond (klankkwaliteit); speel ook niet voor de mensen op de eerste rij, ook publiek achter in de zaal mag geneten: projecteer je stemgeluid
  • Neem je tijd om je plaats in te nemen en een goede positie te kiezen
  • Hou contact met je publiek door de juiste blik en een goede projectie
  • Groet aan het publiek na het optreden (dankbaar voor hun aandacht)

 

Tips voor een goede voorbereiding op een optreden:

Schakel vermijdbare stressfactoren uit gedurende de dag(en) voorafgaand aan het optreden (of examen):

  • voldoende slapen
  • neem voldoende lichaamsbeweging: podiumkunsten gaan hand in hand met sport en een goede fysieke conditie; je instrument is je lichaam en moet je goed verzorgen
  • gezond eten en drinken, liefst altijd, maar zeker de dagen voorafgaand aan een optreden
  • geen stukken spelen die technisch te moeilijk zijn (tenzij bewuste keuze in overleg met leerkracht)
  • denk veel aan het/je verhaal en hoe je die wil laten klinken. Wat is jouw boodschap aan het publiek?
  • vertellen/spelen is plezierig, je creëert het stuk alsof het nog nooit gespeeld werd
  • voldoende repeteren met je medespelers en je regisseur – samen spelen is zoals voetbal: er kan geenenkele persoon gemist worden want hier is geen reservebank
  • ademhalingsoefeningen en concentratieoefeningen net voor het helpen om te kalmeren
  • goed op tijd aankomen op de plaats waar het optreden plaats vindt

 

Quotering:

  • Tot vorig schooljaar kregen leerlingen van een eindjaar van een graad (L4, M3, H3) enkel een quotering (op 100 punten) op hun prestatie tijdens het examenoptreden
  • Vanaf dit schooljaar zal er met meer factoren rekening worden gehouden, omdat het repetitieproces, de vooruitgang en de positieve attitude tegenover de medespelers ook mag beloond worden
  • De leerlingen die een eindexamen doen, krijgen een quotering (op 30 punten) voor hun prestaties/optreden(s) tijdens het schooljaar. Hun eigen vakleraar geeft die in samenspraak met minstens één andere collega
  • Voor het optreden als eindexamen met externe jury kunnen de leerlingen een tweede quotering (op 70 punten) verdienen
  • Er zijn dus vanaf nu 2 punten te verdienen: 30 punten op prestaties/optredens tijdens het schooljaar en 70 punten op het optreden van het eindexamen. Dat geeft een totaal van 100 punten

 

Bij een examen: juryleden zijn allemaal verschillende mensen, die voor sommige zaken een beetje verschil in smaak hebben. Waar je in elk geval op kan vertrouwen is dat elk jurylid je eerlijk wil geven wat je toekomt.

Mocht je na afloop toch niet goed begrijpen waarom je zo veel (of …) punten hebt gekregen mag je de juryleden altijd om uitleg vragen, of kan je er met je leerkracht over praten.

Een examen is immers een moment om je te zeggen waar je staat, wat je goed kunt, en waar je nog kan verbeteren. Het is belangrijk dat je dit inziet.

Er wordt op een positieve manier beoordeeld wat je kunt, er wordt nooit een oordeel gemaakt over jouw persoon. Daarvoor hebben we immers geen punten genoeg…

 

Succes!

 

Herman De Vleeschhouwer

Directeur

Nieuws Teasers: 

Contact stadhuis

Grote Markt 1
9100 Sint-Niklaas
info@sint-niklaas.be
Tel.: +32 (0)3 778 30 00

Facebook Twitter